Mehari historie

Lustobject

Mei 1968. Terwijl in Parijs de studenten revolteren, stelt Citroën in het mondaine Deauville de Méhari voor. De badplaats aan de Atlantische kust is het gedroomde decor voor de presentatie van deze veelzijdige afgeleide van de 2CV. Of beter gezegd van de Dyane 6, waarvan de Méhari de mechanische componenten leende.

Op het chassis van de deux-chevaux werd een frame gemonteerd, dat de uit kunststof (ABS) gefabriceerde kuip droeg. Een geribbelde kuip, net zoals de carrosserie van de HY, die door haar vorm werd versterkt. De Méhari viel op door zijn ‘avontuurlijke’ kleuren met ronkende namen als Hopi (rood), Montana (groen) en Kalahari (beige), de drie lanceringskleuren. Daarna werden nog Tibesti (groen), Kirghiz (oranje), Hoggar (beige), Atacama (geel) en Azur (wit met blauw) aan de kleurenkaart toegevoegd.

Net als de dromedaris waarnaar hij werd genoemd heeft de Méhari een utilitaire roeping. Met zijn pluimgewicht en zijn grote bodemvrijheid is hij de uitgelezen meid voor alle werk. Hij draagt makkelijk 400 kilogram en dankzij zijn ‘badkuipmodel’ is laden en lossen kinderspel. Maar toch is het als een pure plezierauto dat de Méhari naam maakt. Geen Franse badplaats die compleet was zonder Mehari’s in het straatbeeld.

De Citroën Méhari werd tussen 1968 en 1988 geproduceerd.  In totaal werden er zo’n 140.000 Méhari’s geproduceerd, waarvan amper 1.213 van de vierwielaangedreven versie, die tussen 1979 en 1982 te koop was. Maar hoe eenvoudig de Méhari er ook uitziet, zijn constructie is ingewikkelder dan u zou vermoeden. Daarom is CQS Classics is  uw aangewezen partner om de Citroën Méhari in topconditie te houden.

 

 

X