Citroën DS

“La Déesse”

De zwevende godin

 

6 oktober 1955. Bij de opening van het 42ste autosalon van Parijs lijkt het alsof er maar één auto in le Grand Palais staat: de bloedmooie en revolutionaire Citroën DS. Met zijn hydropneumatische vering, zijn onafhankelijke voorwielophanging en zijn schijfremmen die vooraan tegen de versnellingsbak zitten, lijkt het alsof de DS breekt met de auto zoals hij tot dan was gekend. En dat Frankrijk er klaar voor was: na één uur waren al 1.000 bestellingen genoteerd. Aan het einde van de dag lagen er 12.000 bestelbons in de schuif.

Eén ding wisten de kopers van het eerste uur nog niet: het hydraulische systeem van de eerste DS, dat ook het stuur, de remmen en de versnellingsbak bediende, was hopeloos onbetrouwbaar. Wat Citroën deed beslissen om al in 1956 een vereenvoudigde versie uit te brengen : de ID, die het bij de hydropneumatische ophanging hield. Waarop al snel dit onvertaalbare woordgrapje volgde. Wat is het ultieme genot voor een automecanicien? Déshabiller une DS/déesse, pour se faire une ID/idée.

De DS en de ID werden als berline, break en cabriolet gebouwd. In totaal liepen en bijna anderhalf miljoen stuks van de band. In 1975 verliet laatste de fabriek aan de Quai de Javel. Door het historisch belang van de DS zien we het bij CQS Classics bijna als een missie om de legende levend te houden.

Of om het anders te zeggen, wat is het ultieme genot voor het CQS Classics-team? Uw DS in de watten leggen!

X