Geschiedenis 2CV

Geschiedenis van de 2CV: de allemansvriend

Geen auto met zoveel bijnamen als de 2CV, waarmee de Franse fiscale paarden werden bedoeld. Eend, lelijke eend, geit, het is maar een greep uit de collectie van een autootje dat het zelfs tot in de dikke Van Dale schopte en wel als deux-chevaux. Het bedenken van koosnaampjes geeft wel aan dat de 2CV niemand onberoerd laat. Iedereen kent wel iemand die er eentje had of heeft, maar velen hebben er ook zelf veel plezier in beleefd. Nochtans, wanneer de deux-chevaux op 7 oktober 1948 op het autosalon van Parijs wordt voorgesteld is hij eerder een mikpunt van spot. Alleen een Zwitsers magazine voorspelt de kleine Citroën een mooie toekomst. En gelijk hadden ze, de Zwitsers. Al in 1950 was de wachttijd voor een 2CV tot zes jaar opgelopen.

Het resultaat van een doorgedreven marktonderzoek in combinatie met het feilloos aanvoelen van wat de klant echt wilde

Het guitige uiterlijk van de geit doet vermoeden dat een designer hem in een vrolijke bui uit zijn mouw schudde, maar niets is minder waar. De 2CV was het resultaat van een doorgedreven marktonderzoek in combinatie met het feilloos aanvoelen van wat de klant echt wilde. En dat was een goedkope auto die in het budget van een landbouwer of arbeider paste, die groot genoeg was om een vat wijn van vijftig liter te transporteren, maar die ook voldoende soepel in de veren zat om met een mand eieren aan boord een veld te passeren zonder één ei te breken. En, wat niet onbelangrijk was, omdat de auto ook moest dienen om er ‘s zondags mee naar de kerk te rijden, moest hij hoog genoeg zijn zodat de boer zijn hoed niet moest afzetten.

De 2CV werd een schot in de roos

Niettegenstaande dat ze even moesten mikken, werd de 2CV een schot in de roos. Het haast utilitaire eendje evolueerde naar een iconische status. Meer nog, rijden in een 2CV werd een manier van leven. Het resultaat : tot aan het einde van de productie in 1990 rolden meer dan 4 miljoen 2CV’s van de band. De laatste 2CV’s werden in Portugal gebouwd en waren vaak samengesteld uit onderdelen die nog her en der beschikbaar waren. Gedurende zijn lange carrière werd de 2CV ook een tijdlang in België gebouwd. Die Belgische 2CV viel in Frankrijk op door zijn uitzonderlijke productiekwaliteit, wat Citroën er toe aanzette om een luxueuzere versie te gaan bouwen : de AZL.

Uitgebreide schare fans

Door zijn eenvoudige constructie, het chassis is makkelijk los te maken van het koetswerk, leende de 2CV zich ook prima voor ombouw. Zo onstonden de Mehari en de besteleendjes, maar ook varianten zoals de Vanclee Mungo en kit-cars zoals Lomax, Le Patron, Burton. Maar het maakt niet uit in welke vorm, de 2CV kan vandaag nog rekenen op een uitgebreide schare fans, getuige de duizenden eigenaars en liefhebbers die samenkomen op de tweejaarlijkse wereldmeeting voor 2CV-vrienden. Want de 2CV blijft de perfecte auto voor een ontspannen rit op het platteland of in de bergen. Zelfs op de autosnelweg, waar ze tot een topsnelheid van 110 km/u meekunnen.

 

 

 

X