Citroën TA

Het testament van André Citroën

Op 24 maart 1934 lanceert Citroën de 7CV in avant-première. Daarmee gaat André Citroën in tegen de traditie, die wil dat een totaal nieuwe auto op het autosalon van Parijs wordt voorgesteld. Het lijkt wel alsof de bezieler van het merk aanvoelt dat dit zijn laatste auto wordt.

De 7CV ‘Traction Avant’ was alles wat André Citroën voor ogen had. Een ruime gezinswagen met een kleine, fiscaal gunstige motor (1303 cc) die technologisch ver boven de concurrentie uitstak. Want de Traction Avant was niet de eerste auto met voorwielaandrijving, maar wel de meest vooruitstrevende met onder andere zijn geruisloos ‘zwevende’ motor ( een uitvinding van Chrysler waarvan Citroën de rechten had gekocht) en zijn hydraulische remmen.

Wanneer de nieuwe Citroën in oktober 1934 op het autosalon van Parijs staat, doet Citroën er alles aan om de mensen te overtuigen van het technische vernuft dat in deze auto steekt. Eén tentoongestelde auto is in de lengterichting doorgezaagd om de structuur te tonen, bij een andere is de motor losgekoppeld van de carrosserie om het principe te tonen. “Zoals een paard de kar trekt, zo trekt motor de 7CV”, is de uitleg.

Helaas is op dat moment de kas bij Citroën bijna leeg, wat in 1935 leidt tot de volledige overname door Michelin en het ontslag van de doodzieke André Citroën, die op 3 juli 1935 overlijdt. Hij mag het dus niet meer meemaken dat zijn laatste creatie uiteindelijk toch het succes krijgt dat ze verdiende.

De Traction Avant blijft tot 1957 in productie, hij werd dus nog even naast de DS gebouwd. En, de 15H, het topmodel met de zescilinder, had een hydropneumatische achterwielophanging, waarmee de rijhoogte ongeacht de lading gelijk bleef.

De Traction Avant werd niet alleen in Frankrijk gebouwd. Ook in België werden in de fabriek in Vorst van 1934 tot en met 1956 31.700 Tractions gebouwd. Auto’s die de reputatie hadden van luxueuzer en mooier te zijn afgewerkt.

X